Page 1 sur 1

Erkenning van aannemers

Publié : 20 juil. 2006, 14:16
par Frédéric
Wetgeving op de erkenning van aannemers

Wetgeving:

Wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken (Belgisch Staatsblad van 06/04/1991).
Koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken (Belgisch Staatsblad van 18/10/1991).
Ministerieel besluit van 27 september 1991 tot nadere bepaling van de indeling van de werken volgens hun aard in categorieën en ondercategorieën met betrekking tot de erkenning van de aannemers (Belgisch Staatsblad van 18/10/1991).
Ministerieel besluit van 27 september 1991 betreffende de bij de aanvragen voor een erkenning, een voorlopige erkenning, een overdracht van erkenning of bij de beoordeling van de bewijzen vereist met toepassing van artikel 3, § 1, van de wet van 20 maart 1991, houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, voor te leggen documenten (Belgisch Staatsblad van 18/10/1991).

Wat is een erkenning?

Om een opdracht voor aanneming van werken van een bepaalde aard en omvang aan te kunnen, moet de aannemer voldoende technisch bekwaam zijn en genoeg financiële draagkracht hebben. De erkenning houdt in dat het bevoegde Gewest vaststelt dat dit inderdaad het geval is.

Wie heeft een erkenning nodig?

Iedereen die een overheidsopdracht voor aanneming van werken wil uitvoeren, (zowel de hoofd- als de onderaannemer), heeft een erkenning nodig, als de prijs van het werk hoger ligt dan een bepaald drempelbedrag.

Het gaat wel degelijk om werken, niet om leveringen of diensten. Wie bijvoorbeeld een weg wil aanleggen of het dak van een stadhuis wil leggen moet erkend worden. Deze werken zijn volgens hun aard in categorieën en ondercategorieën ingedeeld. Voor werken van een categorie lager dan 75.000 EUR en van een ondercategorie lager dan 50.000 EUR, is geen erkenning vereist.

Belangrijk is dat een erkenning vereist is in alle volgende gevallen:
echte overheidsopdrachten : werken voor de federale overheid, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten en de parastatalen;
opdrachten van andere rechtspersonen waarop de overheidsopdrachtenwet van toepassing is, bijvoorbeeld door de overheid gesubsidieerde universitaire instellingen;
privéwerken die voor minstens 25 procent door de genoemde overheden worden betoelaagd (over kredieten en leningen heeft de erkenningswet het niet).

Kunt u zonder een erkenning overheidswerken uitvoeren?

Wie overheidswerken wil uitvoeren, maakt het zich makkelijk door meteen een erkenning aan te vragen. Dit geldt dan (tijdelijk) voor alle opdrachten van een bepaalde soort.
Wie dat niet deed, maar toch voor een afzonderlijke overheidsopdracht kandidaat is, kan voor dat ene openbare werk toch nog een toelating krijgen. De aannemer moet ook in dat geval bewijzen dat zijn bedrijf aan de gestelde voorwaarden voldoet. Hij krijgt dan een eenmalige toelating. OPGELET : het dossier waaruit blijkt dat de aannemer voldoet aan de vereisten (zowel van de klasse als van de categorie of ondercategorie) moet bij de inschrijving worden gevoegd.
De te volgen procedure is het voorwerp van de omzendbrief van 28 maart 2001 – «Overheidsopdrachten voor aanneming van werken – Kwalitatieve selectie van de aannemers» (Belgisch Staatsblad van 7 april 2001).

Welke werken mag u met een erkenning uitvoeren?

Uiteraard mag een erkende onderneming niet om het even welk werk voor om het even welk bedrag uitvoeren. Zoals gezegd verschilt de aard en de moeilijkheidsgraad van overheidswerken en delen we ze daarom op in categorieën en ondercategorieën. De categorieën krijgen een letter, de ondercategorieën de letter van de categorie waarvan ze deel uitmaken en een nummer.

CATEGORIEËN VAN ALGEMENE AANNEMINGEN ONDERCATEGORIEËN
A. Baggerwerken
A1 Schepen lichten en wrakken opruimen
B. Waterbouwkundige werken
B1 Waterlopen ruimen
C. Wegenbouwkundige werken
C1 Gewone rioleringswerken
C2 Watervoorziening en leidingen leggen
C3 Niet-elektrische verkeerstekens langs verbindingswegen, niet-elektrische veiligheidsinrichtingen, afsluitingen en schermen
C5 Bitumineuze verhardingen en bestrijkingen
C6 Sterkstroom- en telecommunicatiekabels in sleuven leggen, zonder aaneenkoppeling
C7 Horizontale doorpersingen van buizen voor kabels en leidingen
D. Bouwwerken
D1 Ruwbouwwerken en onder kap brengen van gebouwen
D4 Geluids- en warmte-isolatie, lichte scheidingswanden, valse plafonds en blinde vloeren, al dan niet geprefabriceerd
D5 Timmerwerk, houten spanten en trappen
D6 Marmer- en steenhouwerswerk
D7 Smeedwerk
D8 Dakbedekkingen in asfaltproducten (of gelijkaardige) en dichtingswerken
D10 Tegelwerk
D11 Pleister- en raapwerk
D12 Bedekkingen die niet in metaal of asfalt zijn
D13 Verfwerk
D14 Glazenmakerswerk
D15 Parketwerk
D16 Sanitaire installaties en gasverwarmingsinstallaties met individuele toestellen
D17 Centrale verwarming, thermische installaties
D18 Ventilatie, luchtverwarming en airconditioning
D20 Metalen schrijnwerk
D21 Gevels reinigen en opknappen
D22 Metalen dakbedekkingen en zinkwerk
D23 Restauratie door ambachtslieden
D24 Restauratie van monumenten
D25 Muur- en vloerbekledingen met uitzondering van marmer-, parket- en tegelwerk
D29 Vloerdeklagen en bekleding van industriële vloeren
E. Burgerlijke bouwkunde
E1 Moerriolen
E2 Paalfunderingen, dam- en diepwanden
E4 Horizontale doorpersingen van onderdelen van kunstwerken
F. Metaalconstructies
F1 Montage- en demontagewerken (zonder leveringen)
F2 Metalen draagstructuren bouwen
F3 Industrieel schilderwerk
G. Grondwerken
G1 Borings- en sonderingswerken en injecties
G2 Draineerwerken
G3 Beplantingen
G4 Speciale bekledingen voor sportvelden
G5 Afbraakwerken
H. Spoorwerken
H1 Spoorstaven lassen
H2 Stroomdraden plaatsen
K. Mechanische uitrustingen
K1 Uitrustingen van kunstwerken en industriële mechanica
K2 Overladings- en hijstoestellen (kranen, rolbruggen...) installeren
K3 Oleomechanische uitrustingen
L. Hydromechanische uitrustingen
L1 Leidingen plaatsen
L2 Pomp- en turbinestations uitrusten
M. Elektronische uitrustingen
M1 Elektronische uitrustingen met industriële of hoge frequentie, voedingsstations inbegrepen
N. Transportinstallaties in gebouwen
N1 Liften, goederenliften, roltrappen en roltapijten
N2 Pneumatisch, mechanisch... vervoer langs kokers en buizen van voorwerpen, documenten of goederen
Elektrische installaties (*)
P1 Elektrische installaties in gebouwen, inbegrepen het installeren van stroomaggregaten, alarmtoestellen tegen brand- en diefstal, telecommunicatie in en om gebouwen en voorzieningen voor gemengde telefonie
P2 Elektrische en elektromechanische installaties van kunstwerken en nijverheidsinrichtingen, en elektrische buiteninstallaties
P3 Installaties van bovengrondse elektriciteitsleidingen
P4 Elektrische installaties van haveninrichtingen
S. Uitrustingen voor telecommunicatie
S1 Openbare telefoon- en telegraafuitrustingen en databeheer
S2 Uitrustingen voor afstandsbediening, -controle en -meting
S3 Uitrustingen voor radio- en televisieuitzendingen , radar- en antenne-installaties
S4 Uitrustingen voor informatieverwerking en procesregeling
Speciale installaties (*)
T2 Bliksemafleiders, ontvangstantennes
T3 Koelinstallaties
T4 Uitrustingen voor wasserijen en grote keukens
T6 Slachthuisinrichtingen
U. Installaties voor huisvuilverwerking
V. Installaties voor waterzuivering
(*) erkenning in deze categorie bestaat niet, dus kunt u alleen in een ondercategorie worden erkend.

De categorieën en ondercategorieën van werken delen we op hun beurt in acht klassen in, namelijk:

Klasse 1: tot 135.000 EUR .
Klasse 2: tot 275.000 EUR.
Klasse 3: tot 500.000 EUR.
Klasse 4: tot 900.000 EUR.
Klasse 5: tot 1.810.000 EUR.
Klasse 6: tot 3.225.000 EUR.
Klasse 7: tot 5.330.000 EUR.
Klasse 8: meer dan 5.330.000 EUR.

De overheid bepaalt voor elke onderneming:

in welke categorieën en/of ondercategorieën zij werken mag uitvoeren;
in welke klasse zij thuishoort.
Er is dus een dubbele indeling.

Bijvoorbeeld:
Een aannemer met een erkenning in klasse 2 ondercategorie D5 mag alleen maar timmerwerken uitvoeren waarvan het bedrag niet hoger ligt dan 275.000 EUR.

Wie erkend is voor een bepaalde categorie, is daarom nog niet erkend voor de daarbij horende ondercategorieën.
Wel zijn er enkele wettelijk bepaalde uitzonderingen, waarbij u door uw erkenning in een bepaalde categorie of ondercategorie, automatisch enkele andere erkenningen krijgt, al dan niet in een lagere klasse:

B = B1
C = C1
D = D1
E = E1
F = F2
C = C5 min 3 klassen
D = E, G min 3 klassen E1 = C1
P1 = P2,P3,S1 min 2 klassen
P2 = P1, P3, S1 min 2 klassen
B = A, E en G min 3 klassen
C = G min 3 klassen
E = D, G min 3 klassen

Wie bepaalt welke erkenning u voor een bepaald werk nodig heeft?

De overheid die de opdracht geeft, raamt eerst de uitvoeringskosten, stelt een bestek op en bepaalt daarin welke erkenning de aannemer moet hebben. Ze vermeldt dus tot welke categorie of ondercategorie en klasse het aannemersbedrijf moet behoren.
Als een aannemer echter een offerte doet die in een lagere of hogere klasse thuishoort – en dat bedrag wordt door de aanbestedende overheid goedgekeurd - moet hij een erkenning hebben die met die lagere of hogere prijs overeenkomt.

Wanneer heeft u de erkenning nodig?

Op het moment dat u voor een overheidsopdracht inschrijft of een offerte doet, heeft u uw erkenning nog niet nodig. Pas op het moment dat de overheid u het werk gunt, moet u erkend zijn.

Welk nut heeft de erkenning?

Normaal gesproken blijft de erkenning vijf jaar geldig. Dat biedt het grote voordeel dat zij bij elke aanbesteding als bewijs kan dienen.
Als u niet erkend werd, moet u bij elke nieuwe aanbesteding opnieuw alle bewijsstukken indienen. Het bevoegde Gewest beslist of u in aanmerking komt. Die procedure brengt een administratieve rompslomp mee die u beter kunt vermijden.

Vraag daarom vooraf uw erkenning aan. U bespaart zich nutteloze formaliteiten en tijdverlies.

Duur van de erkenning:

Hoe lang geldt de erkenning?

De erkenning is normaal gesproken vijf jaar geldig. Het bevoegde Gewest dat ze verleent, stelt dus vast dat de aannemer aan de technische en financiële voorwaarden voldoet. Hij gaat ervan uit dat die vijf jaar lang voldaan blijven en geeft de opdrachtgevende overheden een waarborg dat de aannemer betrouwbaar is. Omdat de omstandigheden in de praktijk wél kunnen evolueren, is de duur tot vijf jaar beperkt. De erkenning gaat in op de datum waarop het bevoegde Gewest zijn beslissing neemt.

Wat gebeurt er na die vijf jaar?

Na vijf jaar moet de erkenning worden herzien. Men gaat dan na of de onderneming nog aan de voorwaarden voldoet op basis waarvan zij vijf jaar voorheen werd erkend.

Het kan voorkomen dat een aannemer verschillende erkenningen (voor verschillende categorieën en/of ondercategorieën) aanvroeg die op verschillende tijdstippen vervallen. Daarom zullen alle erkenningen bij de herziening van één ervan nagekeken worden, zodat ze dezelfde looptijd krijgen.

Gebeurt er vijf jaar lang niets?

De erkenning kan ook binnen die termijn van vijf jaar worden herzien. Het initiatief daartoe kan zowel van de aannemer als van het bevoegde Gewest uitgaan.

de erkende aannemer kan op een gegeven ogenblik vinden dat hij in een hogere klasse op zijn plaats is of dat hij nog meer categorieën en ondercategorieën aankan. Dan hoeft hij niet te wachten om een verhoging en/of uitbreiding aan te vragen.
het bevoegde Gewest kan, ook op advies van de Commissie voor erkenning der aannemers, vaststellen dat de aannemer niet meer aan de voorwaarden voldoet.
Wanneer officieel vaststaat dat zijn vermogen daalde of dat de tewerkstelling in het bedrijf sterk verminderde, kan het bevoegde Gewest de erkenning vroegtijdig herzien. De periode van vijf jaar hoeft niet om te zijn om de erkenning aan de nieuwe situatie aan te passen.
De erkenning kan ook aangepast worden:

omdat de aannemer belastingsschulden heeft of RSZ-achterstallen moet vergoeden,
omdat de opdrachtgever klacht tegen de aannemer indiende over een grote fout bij de uitvoering van een werk,
omdat de aannemer gerechtelijk veroordeeld werd voor een misdrijf dat van die aard is dat het zijn beroepsmoraal aantast,
of bij andere ernstige tekortkomingen.

:idea: Hoe vraagt u een erkenning aan?

De voorwaarden en administratieve verplichtingen voor een erkenning in de laagste klasse zijn uiterst beperkt. De bedoeling hiervan is K.M.O.'s met het systeem vertrouwd te maken, met andere woorden om hen instapmogelijkheden te bieden. Voor de hogere klassen is de aanvraag iets moeilijker.
De formulieren die u nodig heeft om uw erkenning aan te vragen en inlichtingen erover kunt u op het volgende adres krijgen :
Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie
Dienst Erkenning der Aannemers
WTC III - 6de verdieping
Simon Bolivarlaan 30
1000 Brussel
Fax : 02/277.54.45

Telefoonnummers :

Mevrouw A. Vanmuysen,administratief assistent: 02/277.61.26
De heer H. Meulenijze, administratief assistent: 02/277.66.06
Mevrouw R.Leemans, administratief medewerker: 02/277.69.05
De heer G. Hemmerechts, administratief medewerker: 02/277.71.85

De erkenning in klasse 1

VOORWAARDEN DOCUMENTEN
1° nationaliteit
Voor een eenmanszaak

de nationaliteit van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen hebben en binnen de E.G. gevestigd zijn
(met sommige andere landen heeft Europa akkoorden gesloten, waardoor ondernemingen uit die derde landen ook in aanmerking kunnen komen)
een nationaliteitsbewijs van de aanvrager, afgeleverd door het gemeentebestuur

Voor een vennootschap
in overeenstemming met de wetgeving van een E.G.-lidstaat opgericht zijn
haar hoofdbestuur of -vestiging binnen de E.G. hebben
of er haar maatschappelijke zetel hebben, op voorwaarde dat haar werkzaamheden werkelijk en duurzaam verband houden met de economie van een lidstaat
(met sommige andere landen heeft Europa akkoorden gesloten, waardoor ondernemingen uit die derde landen ook in aanmerking kunnen komen)
de oprichtingsakte en alle statuten-wijzigingen tot op het moment van de aanvraag
de samenstelling van de raad van bestuur en de lijst van de personen die bevoegd zijn de vennootschap te binden (modelformulier)


2° in het handels- of beroepsregister / Kruispuntbank van Ondernemingen KBO, ingeschreven zijn een afschrift van de volledige inschrijving in het handels- of ambachtsregister / de Kruispuntbank van Ondernemingen KBO

3° zich niet in staat van faillissement of van liquidatie bevinden en geen gerechtelijk akkoord hebben verkregen en niet het voorwerp zijn van een procedure daartoe (of een gelijkaardige procedure die in een E.G.-land geldt) een getuigschrift van de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied waar de aanvrager gevestigd is.
Voor niet in België gevestigde ondernemingen : een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document van een gerechtelijke of andere overheid uit het land van herkomst

4° niet voor een misdrijf veroordeeld zijn waarvan de aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast voor natuurlijke personen:
een getuigschrift van goed zedelijk gedrag van het gemeentebestuur (maximum 6 maand oud) (voor niet in België gevestigde ondernemingen : zie hiervoor)
voor rechtspersonen:
een uittreksel uit het strafregister der rechtspersonen (maximum 6 maand oud) op naam van de rechtspersoon die de erkenning aanvraagt – u kunt dit aanvragen bij de Federale Overheidsdienst Justitie, Centraal Strafregister, Hallepoort 5-8 te 1060 Brussel
en bovendien

voor de kapitaalvennootschappen (zoals NV, BVBA en commanditaire vennootschap op aandelen):
een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere bestuurder of zaakvoerder (maximum 6 maand oud)
voor de personenvennootschappen (zoals VOF, gewone commanditaire vennootschap en coöperatieve vennootschap):
een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere vennoot (maximum 6 maand oud)

5° als aannemer geregistreerd zijn bij de Federale Overheidsdienst Financiën een kopie van het Belgische registratieattest

6° voldoen aan de gestelde eisen inzake ondernemersvaardigheden (basiskennis van het bedrijfsbeheer en beroepsbekwaamheid) en andere wettelijke regelingen als u een dergelijke activiteit uitoefent het bewijs dat voldaan is aan de eisen inzake ondernemersvaardigheden ( vestigingsgetuigschrift / inschrijving in de KBO als handels- of ambachts-onderneming) of kopie van de beslissing of erkenning waaruit blijkt dat u dit beroep mag uitoefenen

De erkenning in een hogere klasse

Alle voorwaarden en administratieve formaliteiten die voor een erkenning in klasse 1 vereist zijn, gelden ook voor een erkenning in een hogere klasse. Maar er komen nog een aantal voorwaarden en formaliteiten bij.
VOORWAARDEN DOCUMENTEN
1° financiële draagkracht
het eigen vermogen wordt bepaald zoals in de wet op de jaarrekeningen d.i. zoals in de balans die u indiende, MAAR verminderd met de sommen die vennoten, aandeelhouders, bestuurders of zaakvoerders aan de vennootschap verschuldigd zijn (zie tabel)
een afschrift van de laatste goedgekeurde jaarrekening. Voor Belgen : opgesteld volgens het wettelijk voorziene schema en in dezelfde vorm als neergelegd bij de Nationale Bank van België
een kopie van het verslag van de algemene vergadering waarbij de laatste jaarrekening werd goedgekeurd
een verklaring omtrent de vorderingen van de vennootschap op vennoten, aandeelhouders, bestuurders of zaakvoerders (modelformulier)
als u geen regelmatige boekhouding moet opstellen en geen jaarrekening moet bekendmaken, moet u wel het volgende indienen : een staat van alle goederen die de gemeenschappelijke waarborg voor de schuldeisers vormt, voor echt verklaard door een accountant of bedrijfsrevisor (of voor niet Belgen: een gelijkwaardig document van een bevoegde instantie uit het land van herkomst)

solvabiliteit: d.w.z. de verhouding van het eigen vermogen tot het totale vermogen, geeft een beeld van de mogelijkheden van uw onderneming om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit wordt bij een eerste aanvraag gewoon opgetekend. Als u onder de drempel-bedragen valt (21,7% voor de ondernemingen met een verkort schema en 14,3% voor die met een volledig schema) gaan we bij de herziening na of uw solvabiliteit er niet met meer dan 20% op achteruit is gegaan want als dat wel het geval is, zult u moeten bewijzen dat u voldoende solvabel bent
in voorkomend geval: het bewijs dat de onderneming nog voldoende solvabel is (in bepaalde gevallen wordt een advies van een accountant of bedrijfsrevisor gevraagd) - raadpleeg de nota betreffende de solvabiliteitsratio

2° de totale omzet aan werken tijdens drie van de jongste acht jaar (zie tabel) een verklaring over de totale omzet gedurende drie van de jongste acht jaar (modelformulier) +
de aanvragers die jaarrekeningen moeten bijhouden voegen hier die van de drie betrokken jaren toe

3° het gemiddeld aantal arbeiders en kaderleden (*) gedurende drie semesters, vrij te kiezen uit de jongste vijf jaar (zie tabel) een verklaring (modelformulier) over het gemiddeld aantal arbeiders en kaderleden gedurende drie semesters, vrij te kiezen uit de jongste vijf jaar +
de RSZ-kwartaalaangiftes van die drie semesters (**)
de lijst van studie- en beroepsdiploma's van de aannemer en/of het kaderpersoneel (*), in het bijzonder van de verantwoordelijken die de werken leiden en een kopie van deze diploma’s

4° voor elke categorie of ondercategorie waarvoor u een erkenning aanvraagt moet u met een aantal referenties van uitgevoerde werken (openbare of privé) van de jongste acht jaar bewijzen dat die een bepaald bedrag overschreden (zie tabel) De lijst van de belangrijkste werken van de jongste acht jaar (modelformulier) en getuigschriften dat ze vakkundig en tot gehele voldoening uitgevoerd werden, ondertekend door de bouwheer (en voor privéwerken ook door de architect) (modelformulier)

5° aan de wettelijke verplichtingen inzake de sociale zekerheid voldaan hebben tot en met het laatste verschuldigde kwartaal een origineel attest van de RSZ (**)+
als uw onderneming tot het paritair comité van het Bouwbedrijf behoort : een getuigschrift van het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Bouwvakarbeiders, waaruit blijkt dat de vereiste bestelborderellen met betrekking tot de weerverletzegels en de getrouwheidszegels werden ingediend en dat de overeenkomstige bijdragen tot en met het laatste verschuldigde kwartaal werden betaald (**)
als uw onderneming tot het paritair comité van de metaalbouw behoort: een getuigschrift van het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalbouw, waaruit blijkt dat u in orde bent met de betaling van de bijdragen tot en met het laatste kwartaal (**)

6° aan de fiscale verplichtingen voldaan hebben een recent (maximum 2 maand oud) origineel getuigschrift van de Administratie van de directe belastingen waaruit blijkt dat de aanvrager geen directe belastingen, nalatigheidsintresten en vervolgings-kosten schuldig blijft. Voor Belgen: formulier nummer 276C2 (**)
een fotokopie van het laatste BTW-rekeninguittreksel of een originele verklaring van de BTW-administratie dat de onderneming geen (niet-betwiste) achterstallige BTW verschuldigd is (**)

(*)
(*) ls kaderleden worden beschouwd:

de aannemer zelf voor de eenmanszaken;
de gedelegeerde-bestuurder of de zaakvoerder voor de vennootschappen;
wie een universitair diploma of een diploma van het hoger onderwijs buiten de universiteit bezit;
wie een diploma van het technisch secundair onderwijs met volledig leerplan of van het onderwijs voor sociale promotie bezit;
wie een getuigschrift van ondernemersopleiding bezit;
wie tien jaar of meer als meesterknecht gewerkt heeft.

(**) voor niet in België gevestigde ondernemingen: een gelijkwaardig document van een bevoegde instantie van een E.G.-lidstaat.

De voorlopige erkenning

Ondernemingen die pas starten of die een nieuwe activiteit aanvatten, kunnen uiteraard moeilijk de juiste werkreferenties voorleggen en hebben gewoonlijk onvoldoende omzet gerealiseerd om een erkenning te verkrijgen.
Daarom werd voor dat soort bedrijven een instapmogelijkheid ingebouwd, namelijk: de voorlopige erkenning, waarbij enkele voorwaarden versoepeld werden.

Omdat de versoepeling eigenlijk een afwijking van de normale criteria betekent, legt de nieuwe wet ook een aantal beperkingen op aan de voorlopige erkenning:
alleen voor een categorie of ondercategorie van activiteiten die u minder dan vijf jaar uitvoert, kunt u ze krijgen;
de duur is tot twintig maanden beperkt, maar kan twee keer twintig maanden verlengd worden, tot een maximale duur van zestig maanden of vijf jaar;
het aantal is tot vijf beperkt;
een klasseverhoging kan ten vroegste bij de eerste verlenging en hoogstens met één klasse.
Om een voorlopige erkenning te krijgen, moet u dezelfde formaliteiten vervullen als voor een gewone erkenning met die uitzonderingen dat u uw totale omzet (2°) niet moet bewijzen en geen referenties van werken moet voorleggen (4°).

De tewerkstelling wordt gecontroleerd aan de hand van een verklaring van de R.S.Z. over het aantal werklieden en kaderleden op het moment van de aanvraag. Als het bedrijf heel recent werd opgericht en de R.S.Z. die verklaring (nog) niet kan bezorgen, is de DIMONA aangifte vereist.

Hoe verloopt de procedure?

De aanvrager verzamelt de gevraagde bewijsstukken in een aanvraagdossier dat hij op het secretariaat van de Commissie voor erkenning der aannemers (hierna de “Erkenningscommissie” genoemd) indient.

Zijn beroepsvereniging kan daar eventueel bij bemiddelen.

Adres:
Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie
Dienst Erkenning der Aannemers
WTC III - 6de verdieping
Simon Bolivarlaan 30
1000 Brussel
Het secretariaat gaat na of de aanvraag volledig is, of alle vereiste documenten in het dossier zitten.
Als dat niet het geval is, laat het secretariaat de aanvrager weten welke bewijsstukken ontbreken.
Als dat wel het geval is, bevestigt het secretariaat dat door een getuigschrift af te leveren.
De aanvraag wordt daardoor automatisch op de dagorde van de eerstvolgende vergadering van de Erkenningscommissie geplaatst.
De Erkenningscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle belangengroepen : de overheid (de federale overheid en de gewesten), de beroepsverenigingen en de vakbonden.
Zij geeft het bevoegde Gewest gunstig of ongunstig advies over elke aanvraag.
Als de Erkenningscommissie het bevoegde Gewest gunstig adviseert, beslist hij over de aanvraag.
Als de Commissie het bevoegde Gewest ongunstig adviseert, wordt de aanvrager van dit advies en de redenen ervan op de hoogte gesteld. Hij heeft dan een maand tijd om in een aangetekende brief zijn tegenargumenten te geven en te vragen dat het advies wordt herzien (dit wordt “herziening van advies” genoemd). Hij kan ook vragen om te worden gehoord en zich door een raadsman laten bijstaan.
Als het bevoegde Gewest beslist de aannemer te erkennen, krijgt de onderneming een erkenningsgetuigschrift.
Het fiscaal recht bepaalt dat er een fiscaal zegel van 5,00 EUR op het erkenningsgetuigschrift moet worden aangebracht, te koop in een postkantoor of het kantoor van de ontvanger van de registratie.
De lijst van alle erkende aannemers kan geraadpleegd worden op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Kunt u een erkenning doorgeven?

Uiteraard kunt u uw erkenning niet zomaar aan een andere onderneming doorgeven, verkopen of in een vennootschap inbrengen. Overdracht van de erkenning kan alleen maar in welbepaalde gevallen, als u bovendien het secretariaat hierover inlicht en een aantal formaliteiten niet verwaarloost:

IN WELKE GEVALLEN? AAN WELKE EISEN MOET DE AANVRAGENDE ONDERNEMING VOLDOEN?
wanneer u uw eenmanszaak tot vennootschap omvormt of u een andere eenmanszaak overneemt aan de eisen in verband met eigen vermogen, solvabiliteit en aantal werklieden en kaderleden
wanneer uw vennootschap met haar hele vermogen opgaat in een andere onderneming aan de eisen in verband met eigen vermogen en solvabiliteit
wanneer uw vennootschap wordt gesplitst en elke erkenning maar aan één nieuwe entiteit wordt doorgegeven aan de eisen in verband met eigen vermogen en solvabiliteit en aantal werklieden en kaderleden

Bijvoorbeeld:
uw vennootschap heeft een erkenning in K en L1 klasse 3. U splitst ze in drie bedrijven. U kan aan één bedrijf de beide erkenningen doorgeven, of de ene erkenning (K) aan het ene en de andere (L1) aan een ander. Niet mogelijk is dat u beide erkenningen aan twee of drie nieuwe bedrijven doorgeeft.

Kunt u de erkenning verliezen?

Als het bevoegde Gewest ernstige tekortkomingen van een aannemer kan bewijzen, kan hij na advies van de Erkenningscommissie, sancties treffen. Dat kan in twee gevallen die de wet voorziet:
als een aanbestedende overheid een klacht indient, bijvoorbeeld wegens een ernstige fout in de uitvoering van de werken;
als uit officiële gegevens blijkt dat de aannemer niet meer voldoet aan de gestelde voorwaarden, bv. wanneer hij belastings- of R.S.Z.-schulden heeft of veroordeeld is voor een misdrijf dat zijn beroepsmoraal aantast.
De sanctie kan verschillende vormen aannemen:

klasseverlaging;
schorsing van de erkenning;
intrekking van de erkenning;
uitsluiting van alle overheidswerken.
OPGELET:
De wet legt de erkende aannemers een meldingsplicht op. Kopieën van de akten, verklaringen en uittreksels die ter griffie van de Rechtbank van Koophandel moeten worden neergelegd of in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, moeten uiterlijk binnen dertig dagen naar het secretariaat worden opgestuurd. Als de aannemer deze meldingsplicht niet naleeft, kan dat tot de schorsing van zijn erkenning leiden.

Re: Erkenning van aannemers

Publié : 14 févr. 2008, 15:41
par Frédéric
Voor informatie, begeleiding, samenstelling en indiening van uw erkenningsdossier kan U terecht bij de lokale Confederatie in uw buurt.